Nieuwsarchief
wapenvergunning en blowverbod
25 July 2011 - Nieuwsbericht [jan koopmans]

Ik ben dit weekend best wel ziek geweest van al die berichten uit Noorwegen. Ik bedoel natuurlijk niet ziek van die berichten, maar ziek van wat er daar allemaal gebeurd is. Het blijkt maar weer dat mensen die de beschikking hebben over een vuurwapen ook de beschikking hebben over andermans leven. Men realiseert zich dat soms niet, maar zo is het gewoon. Een vuurwapen is ooit gemaakt om een ander te doden en niet anders. Dat er verenigingen wedstrijden doen met die dingen is iets waar men opnieuw maar eens naar moet kijken. Een vergunning afgeven aan iemand om een wapen aan te schaffen is iemand een vergunning geven iets aan te schaffen waar je een ander mee kunt doden. Ik weet dat de controle op deze vergunningen heel lang op een laag pitje heeft gestaan, omdat dit gewoon geen prioriteit had bij de politie die dit moest doen. De politiemensen die zelf in de praktijk van alles willen op dit gebied krijgen soms opdracht om heel andere dingen te doen dan dit soort dingen die nu juist zo belangrijk zijn. Ik hoef de voorbeelden niet te noemen die zijn er genoeg. Erg is wel dat er veel politiemensen iedere keer weer zeggen "ik zei het toch".  Tijd voor Europese wetgeving denk ik zo maar. Vergeet bij het wetten maken dan ook niet mensen te raadplegen die er verstand van hebben en die geen banden hebben met schietclubs of wapenfabrikanten, anders komt er weer iets halfbakken uit. Over wetten gesproken.

De Raad van State heeft woensdag 13 juli bepaald dat boetes voor het roken van softdrugs (blowen) in het openbaar niet langer op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) mogen worden uitgeschreven. Dit betekent dat het OM personen die op deze wijze zijn bekeurd, niet vervolgt.

In afwachting van landelijke afspraken, overleggen politie, OM en gemeente Rotterdam met elkaar om nieuwe werkafspraken te maken. Tot die tijd wordt gehandhaafd op blowen als dit gepaard gaat met overlast. Er wordt dan opgetreden op basis van de APV. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om hinderlijk gedrag op/aan de weg, hinderlijk gedrag bij of in gebouwen en in voor publiek toegankelijke ruimten.

De overlastgevende context is van belang voor het handhaven van het blowen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het onderstaande:

Onveiligheidsgevoelens

  • groepsvorming op openbare plaatsen en de openbare weg, wat bij omwonenden en passanten onveiligheidsgevoelens oproept;
  • de indringende hennepgeur die vrijkomt bij het roken van een ‘joint' roept onbehagelijke en onveiligheidgevoelens op bij omwonenden of passanten.

Vervuiling openbare weg

  • vuil dat wordt achtergelaten op de openbare weg zoals: filters van sigaretten, lege sigaretten pakjes, vloeipapier, gripzakjes waar de wiet in heeft gezeten;
  • op de plaats waar wordt geblowd, wordt vaak veel gespuugd op de grond wat grote klodders spuug op de grond ten gevolge heeft.

Verstoring van de openbare orde

  • ongewenste gedragingen van de softdrugsgebruiker zoals luidruchtig praten of onjuist gebruik van straatmeubilair;
  • ongeregeldheden die vaak voortvloeien uit softdrugsgebruik;
  • trekt veel ‘drugstoeristen' aan waardoor het softdrugsgebruik op de openbare weg toeneemt;
  • drugstoerisme trekt drugsrunners aan, die met regelmaat asociaal en intimiderend gedrag vertonen;
  • softdrugsgebruik gaat veelal gepaard met openlijk alcoholgebruik;

• portieken, parkeergarages, bushokjes, overkappingen worden vaak gebruikt als ‘gebruikers-ruimte'. In deze ruimte blijft de henneplucht lang hangen wat onveiligheidsgevoelens bij de burger oproept. Tevens dringt de ‘hennep'-lucht binnen in woningen en panden waarbij of waarin gerookt wordt.

Het gekke is overigens wel dat al deze regels al veel langer bestaan en het blowverbod er later is bij gekomen. Waarom dan dat blowverbod zou je zeggen?

 

...Terug