Nieuwsarchief
De brede school een lapmiddel
12 November 2010 - Nieuwsbericht [Anneke Boer/Wouter Pols.]

Het onderstaande artikel is mij uit het hart gegrepen. Het is van de hand van drs. W. Pols.  Wouter  Pols is verbonden aan de Masteropleiding Pedagogiek/(Urban Education), Kenniskring opgroeien in de Stad. Hij verzorgt daar de modulen: pedagogiek, opvoedingsfilosofie, hermeneutiek en sociologie.

Het artikel blikt terug op het ontstaan van de brede school tot heden. Hoe is het verloop en zijn alle veranderingen rondom onderwijs ook de gewenste veranderingen? Een belangrijk vraagstuk, want hoewel de deelgemeente niet over het onderwijs gaat kan zij in het kader van de ontwikkelingen rondom de MFA's en de Campus wel richting geven.   

Om te voorkomen dat er onder druk van komende bezuinigingen de brede school een lapmiddel wordt of blijft doe ik een oproep aan een ieder om de oproep van Wouter te ondersteunen. Politici en beleidsmakers! Zorg ervoor dat er krachtige, niet te grote, van elkaar onderscheiden instellingen van opvang, onderwijs, vorming, sport en recreatie kunnen bestaan. Laat de instellingen zelf bepalen hoe zij over en weer bruggen willen slaan en met wie ze willen samenwerken. Bemoei je niet met de organisatie ervan en al helemaal niet met de inhoud van het werk. Maak van de brede school geen lapmiddel.

Vijftien jaar geleden begon de brede-schoolbeweging. Aanvankelijk was het een proces van onderop, maar gaandeweg gingen politici en beleidsmakers ermee aan de haal. Zij presenteerden de brede school als het panacee voor alle maatschappelijke kwalen. Inmiddels zijn we 1200 brede basis- en 400 brede vmbo-scholen verder. Het stof van alle innovatiegeduw en -getrek rond de brede school is aan het neerdalen en de eerste ronde van bezuinigingen kondigt zich aan. Wat heeft de brede school ons nu opgeleverd?

Veel onrust in elk geval. Met name de invoering van het dagarrangement heeft de  roosters van veel scholen op zijn kop gezet. De zes uur meer leertijd die dit arrangement zou moeten opleveren, leidde in de praktijk tot een opvallende teruggang van effectieve leertijd. En ziedaar het resultaat: teruglopende CITO-scores. Binnenkort start in ons land het eerste empirische onderzoek naar de effecten van de brede school. Buitenlands onderzoek doet het ergste vrezen.[1] Want dat onderzoek wijst uit dat brede scholen nauwelijks aantoonbaar extra leerrendement opleveren. De brede school als netwerk van instellingen is een organisatievorm en die doet er - als het om leerrendement gaat - nauwelijks toe. De kwaliteit van de leeractiviteit is daarvoor bepalend, en die staat los van de brede school. Wat er binnen de brede school wel toe doet zijn de pedagogische omgangsvormen. Een gedeeld engagement leidt tot omgangsvormen die samenhangen en elkaar ondersteunen. Een gedeeld pedagogisch engagement is dan ook vele malen belangrijker dan de wijze waarop instellingen samenwerken en georganiseerd zijn. Sterker nog: die wijze frustreert maar al te vaak dat engagement. Hoe groter de verbanden, hoe complexer de organisatievormen, hoe minder men samen deelt en hoe meer pedagogische omgangsvormen dreigen te verkruimelen en te verbrokkelen. Precies dat gevaar ligt op de loer bij de brede school zoals wij haar in ons land georganiseerd hebben.     

Is de brede school een lapmiddel? Wie het beleid van de afgelopen decennia  ‘terugspoelt', komt ongewild tot die conclusie. De brede school probeert de beleidsfouten die  afgelopen dertig jaar gemaakt zijn te repareren. Neem de basisschool. De Wet op het Basisonderwijs (nu: Wet op het Primair Onderwijs) vereist een breed aanbod aan onderwijsactiviteiten: van rekenen tot muziek en dans, van taal tot bewegingsonderwijs en beeldende vorming. Veel basisscholen hadden in de jaren tachtig naast gymnastiekleerkrachten, ook leraren muziek, beeldende vorming en zelf dans in dienst. Die zijn allemaal van de loonlijst verdwenen. En zo verdween ook het kinder- en jongerenwerk uit de club- en buurthuizen en werden de subsidies van de muziek- en theaterscholen en de sportverengingen teruggeschroefd. Allemaal beleidsmaatregelen. Neem de kleuterschool. Die voegden we - in tegenstelling tot de ons omliggende landen - toe aan de lagere school. Elders was het beleid erop gericht de kleuterschool naar ‘benenden' uit te breiden. In België en Frankrijk bijvoorbeeld kent men geen peuterspeelzalen, wel voorscholen vanaf twee-en-half jaar. En wat zien we nu gebeuren? De brede school probeert te herstellen wat door bezuinigingen verdwenen is, maar provisorisch, niet structureel. Voor dit ‘herstelwerk' brengt ze ongelijksoortige pedagogische activiteiten in een overkoepelende organisatievorm bij elkaar. Maar onderwijs aan jonge kinderen is niet gelijk aan onderwijs aan oudere kinderen, opvang niet hetzelfde als onderwijs, en ontspanning niet hetzelfde als muzikale of beeldende vorming. Elk van die activiteiten heeft een eigen aanpak en eigen pedagogische omgangsvormen. Die moet je niet zo maar in een organisatievorm bij elkaar brengen. Voor je het weet verstoren ze elkaar in plaats van elkaar te ondersteunen. 

 Politici en beleidsmakers! Zorg ervoor dat er dat er krachtige, niet te grote, van elkaar onderscheiden instellingen van opvang, onderwijs, vorming, sport en recreatie kunnen bestaan. Laat de instellingen zelf bepalen hoe zij over en weer bruggen willen slaan en met wie ze willen samenwerken. Bemoei je niet met de organisatie ervan en al helemaal niet met de inhoud van het werk. Maak van de brede school geen lapmiddel!

 

                                            


[1] Falk Radisch geeft in zijn proefschrift Qualität und Wirkung ganztägiger Schulorganisation. Theoretische und empirische Befunde (Juventa Verlag, 2009) een meta-analyse van Engelstalige en Duits onderzoek naar de effecten van de brede school. Die analyse wijst uit dat de brede school als organisatievorm geen aantoonbaar leerrendement oplevert. Wat wel effect heeft zijn de omgangsvormen. Een ‘gedeeld pedagogisch engagement' onder leraren en pedagogische medewerkers versterkt het ‘pro-sociale gedrag' van leerlingen.  Als het om leerrendement gaat zijn factoren bepalend die los staan van de brede school: effectieve leertijd bijvoorbeeld en de kwaliteit van de instructie.

...Terug