Nieuwsarchief
Joris Luyendijk Toeval of niet?
19 November 2010 - In de media [jan koopmans/de nieuwe reporter]

Joris Luyendijk kennen we vooral van Het zijn net mensen, het boek dat hij schreef na een verblijf van enkele jaren in het Midden-Oosten als correspondent voor diverse media. Vandaag verschijnt opnieuw een boek van zijn hand, dit maal geschreven na een verblijf van een maand op het Binnenhof. Namens De Nieuwe Reporter werd het boek gelezen door Kees Boonman, veteraan onder de politieke verslaggevers die dag in dag uit op het Binnenhof bivakkeren.

Nooit geweten dat 's avonds laat - zo lees ik in een boek van Joris Luyendijk - aan de bar in de sociėteit Nieuwspoort dronken leden elkaar "weleens" onder de gordel staan te betasten. Erger nog, de obers daar, kunnen dat goed zien. Als je denkt dat ze met een "pokerface de glazen polieren", gluren ze ongegeneerd naar het non-verbale intermenselijk contact van de poorters, want zo heten de leden van de sociėteit.

Er gebeuren daar wel meer rare dingen in de bar van het perscentrum Nieuwspoort. Zo kun je "als een kleine jongen" worden "afgestoft". Dat is zoiets als afgewezen worden door een gast die geen zin heeft met je te praten.

Wat ook veel gebeurt, is "tafeltjes beloeren waar onverwachte combinaties van mensen zitten". Luyendijk tekent, wat dit "gezelschapsspel" betreft, nog een advies op van columnist Ronald Giphart: "Als je hier iets wilt weten, ga dan pontificaal met een omstreden persoon aan een tafeltje zitten. Dan komen zijn vijanden daarna allemaal naar je toe: Wat heeft-ie gezegd? Dat moet je niet geloven, man! Zal ik je vertellen hoe het echt zit?"

Het is wel duidelijk. Als je al geen lid bent van Nieuwspoort, dan wil je dat zo snel mogelijk worden. Want hier gebeurt het, this is the place to be .

Je hebt het niet van mij, maar...
Joris Luyendijk kreeg van Nieuwspoort de mogelijkheid een maand lang op het Binnenhof te bivakkeren. Het resultaat is het boek(je) Je hebt het niet van mij, maar..., dat is verschenen ter gelegenheid van de jaarlijkse Kees Lunshoflezing.

Joris Luyendijk is altijd een beetje moeilijk te positioneren. Hij is journalist, maar het lijkt alsof hij liever niet bij deze beroepsgroep wil worden ingedeeld. In een interview met de Volkskrant zegt hij zelfs het woord journalist uit zijn cv te willen schrappen. Hij geeft er, zo lees ik, de voorkeur aan praatjesmaker genoemd te worden.

Een maand lang is hij Nieuwspoort-rapporteur geweest. Een initiatief van het perscentrum(sociėteit) Nieuwspoort dat ontstond na het overlijden van de politieke journalist en oud-Nieuwspoortvoorzitter Kees Lunshof in 2007. Jaarlijks wordt er een kortstondig onderzoek gedaan naar het politiek-publicitaire complex. Vorige jaar waren de rapporteurs Herman van Gunsteren en Cox Habbema .

Gespeelde verwondering
Luyendijk heeft antropologie gestudeerd en met die bril op stortte hij zich op de politieke enclave die het Binnenhof heet. In zijn boek lijkt hij verwonderd en soms ook geschokt over de samenscholing van politici, lobbyisten, voorlichters en journalisten. Die verwondering is deels ook gespeeld, want Luyendijk weet natuurlijk dondersgoed hoe het spel wordt gespeeld. Het eerlijkst is hij dan ook in zijn nawoord. Hij wijst er op dat zijn rapportage, die vooral gericht is op de sociėteit (bar en restaurant) , gezien moet worden als een "schets van een sneltekenaar".

De schets is niet opzienbarend. Er is de laatste jaren vaak en veel geschreven over - zoals Luyendijk het noemt - de verstrengeling tussen politiek en journalistiek. Jean Pierre Geelen schreef ooit over Het Haagse Huwelijk . En over hoe de politiek de pers er onder probeert te krijgen publiceerde Frits Bloemendaal De Communicatieoorlog. En dat is nog maar een willekeurige greep. De bibliotheek in de Tweede Kamer ligt vol met publicaties over het Haagse kluitjesvoetbal, de incidentenjournalistiek, de hypes en de kaasstolp.

Toch is het elke keer weer confronterend als iemand constateert dat er een - misschien wel - ongezonde of op z'n minst bedenkelijke (journalistieke) sfeer hangt boven het Binnenhof. En daarom is het goed dat er op de stapel weer een nieuw boek ligt.

Het lijkt er op dat Luyendijk vooral wil beweren dat de vier ‘stammen' - journalisten, voorlichters, lobbyisten en politici - het erg goed met elkaar kunnen vinden ("In Den Haag schijnt iedereen het met elkaar te doen") . Ter ondersteuning van deze waarneming citeert hij een NOS-collega: "Op straat groet je alleen de mensen die je kent. Hier groet op de gang iedereen elkaar."

Voor de rest van het artikel:

http://www.denieuwereporter.nl/2010/11/joris-luyendijk-in-de-wondere-wereld-van-nieuwspoort/

 

 

...Terug